Menu

Gerard van der Steenhoven

Gerard van der Steenhoven, decaan, Universiteit Twente

Waarom heb je voor natuurkunde gekozen?
Als kind in gymnasium-2 werd ik absoluut gegrepen door het feit dat een natuurverschijnsel met een wiskundige formule beschreven kon worden. Ik vond dat echt fantastisch en nu nog steeds. Iets simpels als de slingerproef met een formule beschrijven blijft fascinerend. Het hielp dat mijn vader (een jurist) als student oude populairwetenschappelijke boeken had verzameld uit de dertiger jaren van de twintigste eeuw. Hij stimuleerde mij deze te lezen en was – op mijn verzoek – in staat uit te rekenen hoeveel kilometer een lichtjaar voorstelde. Ook dat maakte diepe indruk op mij in die tijd.

Wat waren je verwachtingen toen je ging studeren?
Ik had heel voor de hand liggende verwachtingen toen ik natuurkunde ging studeren. Ik wist al dat ik er plezier in had om natuurkunde aan anderen uit te leggen en ik had het idee om natuurkundeleraar te worden. Als alternatief had ik in mijn achterhoofd om iets in het bedrijfsleven te gaan doen. Een bedrijf als Philips leek me leuk om bij te gaan werken. We spreken 1977!

Zou je terugkijkend weer voor natuurkunde kiezen?
Ja, of een aanverwant vak. Met mijn huidige kennis zou ik ook aangesproken kunnen worden door ingenieurswetenschappen en economie: in beide gevallen worden pogingen ondernomen om de werkelijkheid in wiskundige formules te duiden. Is het toeval dat mijn ene zoon werktuigbouwkunde en mijn andere zoon economie is gaan studeren?
Als ik opnieuw natuurkunde zou gaan studeren zou ik mij nu veel beter realiseren welke kansen een fysicus op de arbeidsmarkt heeft. Om die reden zou ik mij na mijn studie waarschijnlijk veel breder oriënteren dan ik nu heb gedaan.

Kun je iets vertellen over je loopbaan?
Na mijn afstuderen promoveerde ik in 1987 in de kernfysica aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarna was ik als onderzoeker werkzaam bij het Amerikaanse technologie-instituut MIT in de Verenigde Staten: een heerlijke ervaring en een aanrader voor iedereen. Vervolgens ging ik in Nederland bij het onderzoeksinstituut Nikhef als senior onderzoeker aan de slag. Hier heb ik aan drie verschillende onderzoeksgebieden gewerkt, eerst als lid van een team en later als groepsleider. Veel van het werk voltrok zich in het buitenland. Zo was een deel van mijn team in de jaren negentig werkzaam aan het Duitse deeltjesfysica-instituut DESY in Hamburg. In het jaar 2000 werd ik bijzonder hoogleraar in Groningen, naast mijn werk in Amsterdam.
Nog een paar jaar later ben ik gaan werken aan de ontwikkeling van een nieuw onderzoeksgebied op het grensvlak van de natuurkunde en de sterrenkunde: de astrodeeltjesfysica. Daar werd in Nederland nog weinig mee gedaan. In deze periode werd mijn werk meer bestuurlijk, omdat er diverse universiteiten en onderzoeksinstituten in Nederland bij deze ontwikkeling betrokken waren. Bovendien werd ik in die tijd (2007) verkozen tot voorzitter van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging, een fantastische rol die ik zes jaar heb bekleed. Mijn werk aan de astrodeeltjesfysica heb ik in 2008 verruild voor mijn huidige functie – decaan van de faculteit Technische Natuurwetenschappen in Twente.

Hoe ziet je huidige werkweek eruit?
Als decaan van een brede bètafaculteit ben ik verantwoordelijk voor vijf bacheloropleidingen en vijf masteropleidingen en (financieel) eindverantwoordelijk voor circa dertig onderzoeksgroepen. Een bijzondere positie die goed past bij mijn brede interesse in de (technische) natuurwetenschappen. Bij dit werk komen ook heel andere vaardigheden aan de orde: personeelsbeleid, financiën, bedrijfsvoering en de (inter)nationale positionering van de instelling. Het is een voorrecht om deze verantwoordelijkheden te dragen. Dit duurt echter nog maar even, want in februari 2014 treed ik aan als hoofddirecteur van het KNMI.

Kijk ook eens op onze andere websites:

mijnscheikunde

sciencespace

natuurkundenl