Menu

Bert Jan Lommerts

BERT JAN LOMMERTS, ALGEMEEN DIRECTEUR BIJ LATEXFALT

In een moordtempo klom Bert Jan Lommerts, algemeen directeur van Latexfalt, op van zoon van een zandboer tot een van de gezichten van de Nederlandse chemie. Maar ook de opkomende economieën gaan profiteren van zijn kennis en kunde.

Curriculum Vitaefoto bert jan lommerts

  • Naam: Bert Jan Lommerts
  • Leeftijd: 54
  • Woonplaats: Heerhugowaard (“Maar ik heb een pied-à-terre in Amsterdam, daar zijn we bijna niet weg te slaan. Je hebt daar zo’n mooi leven.
    Met Lijn 2 naar het Leidseplein, dat soort zaken.”)
  • Huwelijkse Staat: Getrouwd
  • Kinderen: Twee biologische dochters en één geadopteerde zoon uit Brazilië, plus grootvader van een ‘prachtige kleindochter van zeven maanden oud’. Ook in het bezit van twee schoonzonen. (“Het was even wennen, maar daar ben ik nu overheen. Het zijn goeie kerels geworden.”)
  • Opleidingen:
    – Middelbare school (Winschoten)
    – Bachelor scheikunde en wiskunde (Rijksuniversiteit Groningen)
    – Master Chemische Technologie
    (Rijksuniversiteit Groningen)
    – Promotie polymeerchemie
    (Rijksuniversiteit Groningen, onder de professoren Albert Pennings en Paul Smith).
  • Nevenactiviteiten: Is lid van de Topsector Chemie, het dagelijks bestuur van de VNCI en het gebiedsbestuur chemische wetenschappen van NWO. Fungeert als penningmeester van de Stichting Hoogewaard Bedrijvig. Heeft een eigen adviesbureau (Reddy Solutions) en is sinds kort manager van zijn Braziliaanse schoonzoon, die professioneel golfer wil worden.
  • Werkgevers: Startte in 1986 bij AkzoNobel als onderzoeker naar vezels, werd in 1995 plantmanager van de Twaron-fabriek, werkte vanaf 1997 bij Merck als directeur Human Health Supply Chain en ging in 1999 aan de slag bij Latexfalt als algemeen directeur.

Wie is Bert Jan Lommerts naast zijn werk?
Bert Jan werkt soms mee als logistiek medewerker (‘dozensjouwer’) in het groothandelscentrum van zijn echtgenote. Ook verdiept hij zich in het maken van films. (“We hebben allemaal oude familiefilms, en die wil ik assembleren tot wat toonbaars.”)?

Wie ben je, waar werk je en wat is je functienaam?
Ik ben Bert Jan Lommerts, 54 jaar oud, van huis uit chemisch technoloog en sinds 1999 algemeen directeur van Latexfalt. Ik ben hier binnengekomen via een headhunter, want er moesten drie kleine concurrenten gaan fuseren. Mijn eerste taak was om de organisatie samen te smeden, wat ik deed door heel veel te babbelen. Waar willen we heen met elkaar? En waarom is die fusie nodig?

Wat vertel je je kleindochter als zij vraagt wat voor werk je doet?
Wij maken heel erg goede lijm waarmee je wegen, fietspaden en vloeren kan maken. Met die lijm kunnen we boetseren door stenen aan elkaar te plakken. Die lijm van ons ligt op de snelweg van Abcoude tot Eindhoven op vrijwel elke vierkante meter, zoals in de hechtlaag, toplaag of overgang van een voeg. Wat ík daarbij doe? Mijn dochters moesten ooit voor een personeelsblad een tekening maken over wat hun vader volgens hen doet. (Lommerts wijst lachend druk alle kanten op) Jij moet dit doen! Jij moet dat doen! Regelen dus.

Hoe ben je in deze baan terechtgekomen?
Ik ben opgegroeid in Winschoten, waar ik naar de lagere en middelbare school ging en een 100 procent bètapakket had. De wereld snappen is gewoon mooi. Na mijn examen ben ik de lerarenopleiding gaan doen in scheikunde en wiskunde. Ik had toen ook het bedrijf van mijn vader over kunnen nemen. Ik ben de zoon van een zandboer, dus wij leverden grind en zand aan asfaltmolens en de wegenbouw.
Toen ik zeventien werd, vroeg mijn vader of ik het bedrijf wilde overnemen. ‘No way,’ zei ik toen,
‘ik ga de wereld verbeteren!’ Daarom ben ik scheikunde gaan studeren. Hierna besloot ik om er nog een paar jaar aan vast te plakken voor mijn universitaire graad, en dat werd chemische technologie in Groningen. Daarna kwam ik erachter dat ik de producten van de chemie nóg interessanter vond dan de processen, dus toen ben ik in de productontwikkeling gegaan bij AkzoNobel. Ik deed daar een paar leuke uitvindingen, die heb ik opgeschreven, en daar ben ik cum laude op gepromoveerd. Op mijn 33ste werd ik plantmanager van de Twaronfabriek, en daarna werkte ik drie jaar voor Merck. Toen ik 37 was, had ik dus een achtergrond in R&D, productie en logistieke businessconcepten. Ik dacht: laat ik nu maar eens general management gaan doen.
Vandaar dat ik nu hier zit.

Wat vind je zo leuk aan wat je doet?
Ik ben algemeen directeur van een bedrijf in het mkb met 85 man. Dat geeft mij veel mogelijkheden om de vier O’s op te zetten en te verbinden: onderwijs, onderzoek, ontwikkeling en ondernemerschap. De echte grote kick krijg ik als die keten resulteert in euro’s. Dat is mijn grote drijfveer. Bovendien heb ik hier écht veel breedte, maar ook voldoende diepgang om de analytische, wetenschappelijke of grensverleggende zaken vorm te geven. En het werkt, want het gaat goed met Latexfalt. Erg goed.

Op welke eigen prestatie ben je het meest trots?
Dat we er zijn en dat we als organisatie tellen. Vroeger, als drie kleine bedrijven met te weinig power, kwamen we niet makkelijk bij anderen aan tafel. Nu worden we erkend als trendsetter door heel veel grote aannemers en concullega’s, maar ook door de wetenschap en de overheid.
Waar ik ook heel trots op ben, is dat we hier jong talent weten aan te trekken, waaronder veel vrouwelijke technici. Deze generatie, mensen die tussen de 27 en 35 zijn, geeft het bedrijf een nieuwe vorm en garandeert zo de toekomst van Latexfalt. Dat is mooi om te voelen en te zien.
Dit lukt door ons model waarin ik PhD’s binnenhaal die één dag in de week naar een universiteit naar keuze mogen. Je krijgt zo een heel goede interactie met de universiteiten én er komt knowledge naar Latexfalt toe.

Wat drijft je in je werk?
De toekomst vormgeven, dat is het allermooiste dat er is. Ik heb daar heel veel positieve passie voor. Wie weet gaan we over een poosje allemaal in zelfsturende autootjes over de weg rijden.
Hoe ga je daar als bedrijf op inspelen? De grootste bijdrage aan de wereldverbetering komt namelijk van ondernemers, van mensen die wat dóén. Zo hebben we net de Europese Responsible Care-prijs gewonnen omdat we levensduur van wegdek kunnen opkrikken van tien naar zestien jaar. Zo ga ik niet met de mainstream van duurzaamheid mee, maar denk ik out of the box,
zoals over een nieuwe verjongingscrème voor wegen. (lachend) Ik kan hier mijn revolutionaire karakter aardig kwijt.

Wat levert je werk je op?
Hier werken levert me vooral meer energie op dan dat het me kost. Soms ben ik op mijn werk echt op mijn best. Zo was ik maandag bij Rijkswaterstaat om onze RC-prijs en de regelgeving te bespreken. Daar moet ik dan de hele keten masseren om in beweging te komen. Dan loopt het,
dan leeft het, dan zijn de mensen enthousiast. Je krijgt dan dat ‘Yes, we can!’-gevoel.
Financieel zit ik boven de Balken- ende-norm, dus ik verdien respectabel. Maar dat geld is vooral de randvoorwaarde waardoor ik een infrastructuur om mij heen kan bouwen om hier te knallen.
Zo heb ik een appartement in Amsterdam gekocht, waardoor ik dichter bij mijn dochters en mijn werk zit. Dat scheelt mij dagelijks anderhalf uur reistijd, waardoor ik meer energie kan stoppen in dit bedrijf.

Aan welke ‘normale’ producten lever jij een bijdrage?
Zonder ons zijn er minder goede en minder geluidsreducerende wegen. Ook zou er minder asfalt gerecycled worden. En de wereld van het wegennet zou minder kleurrijk zijn, want wij maken bijna alle kleurproducten die je op de Nederlandse fietspaden tegenkomt. Onze massa is misschien klein, maar onze impact is hoog en we kunnen snel inspelen op veranderingen. Bovendien diversifiëren we onze producten. Zo maken we ook coating voor touwen. Het oude teren van netten hebben we in een moderner jasje gestoken.

Wat zou je nóg liever doen dan wat je nu doet?
Mijn werk hier is nog niet af. Maar soms zou ik wel weer docent willen worden. Niet fulltime hoor,
en bij voorkeur ook niet in Nederland. Het liefst zou ik in een opkomende economie investeren in de keten van onderwijs, onderzoek, ontwikkeling en ondernemerschap. Ik zou ook wel de links met de universiteiten willen versterken en daar wat meer met de jeugd bezig zijn.

Hoe zie je jezelf over tien jaar?
Ik zie mezelf dan buiten deze handel. Mijn vrouw heeft namelijk een fairtradeorganisatie opgezet waarvoor zo’n 350 mensen, voornamelijk dames, werken in de sloppenwijken van Brazilië.
Zij maken daar producten voor de wereldwinkel. Haar organisatie is het afgelopen jaar met 50 procent gegroeid, en daar ben ik supertrots op. Wat ik daarom graag wil doen, is haar over tien jaar daarin ondersteunen. Ik kan bijvoorbeeld de inkoop verder vormgeven met een semi-commerciële, professionele insteek. Als ze mij dan tenminste nog nodig heeft, want tegen die tijd heeft mijn vrouw waarschijnlijk meer expertise dan ik! (lacht)

Kijk ook eens op onze andere websites:

mijnscheikunde

sciencespace

natuurkundenl